Info & FAQ

 

INFO

Info 4: zware geldboete voor het bedrijf wanneer de bestuurder niet wordt kenbaar gemaakt

Wanneer een bedrijf (of een rechtspersoon in het algemeen) een formulier ontvangt van de politie om de identiteit van de bestuurder mee te delen, geeft men hier best onmiddellijk gevolg aan.

De minimale geldboete bedraagt 1.200 EUR (opdeciemen inbegrepen, d.w.z. reeds vermenigvuldigd met 6), wat vaak in schril contrast staat met de minnelijke schikking die voor de inbreuk zou kunnen worden uitgeschreven (Bijv. 50 EUR bij een beperkte snelheidsovertreding). Na dagvaarding voor de politierechtbank (ontvangst van de “PRO JUSTITIA”) kan er wel gepleit worden om een zo groot mogelijk gedeelte van de opgelegde geldboete met uitstel te bekomen. Dit kan neerkomen op een aanzienlijke vermindering van de effectief te betalen geldboete.

De wettelijke basis voor deze sanctie is terug te vinden in de onderstaande artikelen van de wegverkeerswet:

Art.67ter. Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft.
De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van
15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen gevoegd bij het afschrift van het proces-verbaal werd verstuurd.
  Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen.
De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.

  Art.29ter. Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en (met geldboete van 200 euro tot 4 000 euro) of met een van die straffen alleen wordt gestraft, hij die de verplichtingen bedoeld in artikel 67ter niet nakomt. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar [1 te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan]1

 

Info 3: Nieuwe regels verkeer – Wijzigingen verkeersrecht 2015

A. Wet van 29 maart 2014

Met de wet van 9 maart 2014 heeft de wetgever zich de verbetering van de verkeerveiligheid tot doel gesteld. Strengere regels zijn hiervan het gevolg. Deze zullen grotendeels vanaf 1 januari 2015 in voege treden.

 

1. Alcoholintoxicatie

Momenteel is het toegelaten om een voertuig te besturen met een alcoholgehalte tot 0.5 promille in het bloed, (of 0.22 mg/l in alveolaire lucht) wat overeenkomt met ongeveer 1 à 2 lichte alcoholconsumpties.

Deze regel blijft behouden. Echter, de nieuwe regelgeving verlaagt het toegelaten alcoholgehalte voor professionele bestuurders naar 0.2 promille (of 0.09 mg/l),  hetgeen min of meer neerkomt op een  nultolerantie.

Onder professionele bestuurders dienen te worden verstaan: bestuurders van voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen en passagiers zoals vb. taxichauffeurs, vrachtwagenchauffeurs, ambulanciers, bestuurders van autobussen en autocars, bestuurders van leerlingenvervoer, bestuurders van minibussen enz…

Deze regel is uitsluitend van toepassing bij het uitvoeren van een professionele ritten en dus niet wanneer professionele bestuurders privé-verplaatsingen maken.

Een belangrijke vaststelling is dat jonge (onervaren) chauffeurs nog niet geviseerd worden door de verlaagde alcoholgrenzen, hoewel dit vanuit Europa werd aanbevolen.

Een verlaging van de alcoholgrenzen voor onervaren chauffeurs zal mogelijks nog volgen, ondertussen bestaat er voor andere inbreuken al een strenger uitzonderingsregime voor personen die minder dan twee jaar in het bezit zijn van hun rijbewijs.

 

2. Strengere straffen bij herhaling

Reeds nu al werden er zwaardere bestraffingen opgelegd wanneer overtreders na een eerdere veroordeling opnieuw schuldig werden bevonden aan dezelfde of een gelijkaardige inbreuk.

Echter, er kon maar pas van herhaling worden gesproken indien een verkeersovertreding van dezelfde soort een tweede maal werd begaan.  

Door de nieuwe wet wordt dit begrip veel ruimer opgevat en zal er ook sprake zijn van herhaling indien een combinatie van onderstaande zware overtredingen wordt begaan binnen een periode van 3 jaar :

 

-       Overtredingen van snelheid die aanleiding geven tot een verplicht rijverbod ( meer dan 30km/u in de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving of woonerf en meer dan 40km/u op alle andere wegen)

-       Rijden zonder houder te zijn van een rijbewijs

-       Een voertuig besturen in dronken, of soortgelijke toestand

-       Het plegen van vluchtmisdrijf

-       Overtredingen van de vierde graad (vb. In de verkeerde rijrichting rijden op de autosnelweg, het negeren van de rode lichten aan een spooroverweg)

Bij een eerst herhaling zal de rechter een verplicht minimumrijverbod van 3 maanden dienen op te leggen.

De nieuwe regelgeving verplicht de rechter om bij een eerste herhaling naast andere straffen een minimumrijverbod op te leggen van 3 maanden. Bega je binnen de 3 jaar 2 overtredingen dan bedraagt het rijverbod minimaal 6 maanden, en bega je 3 overtredingen, dan mag je minimaal 9 maanden niet meer rijden.

Bovendien dient bij herhaling het herstel tot het recht van sturen afhankelijk gemaakt van het slagen in de vier herstelexamens: theoretisch examen, praktisch examen, medische proeven en een psychologisch onderzoek. Dit is wederom verplicht en dus heeft geen rechter hieromtrent geen enkele beoordelingsvrijheid

 

3. Modaliteiten van het rijverbod worden ingeperkt

Ingevolge de oude wet was het mogelijk om bepaalde modaliteiten toe te passen wanneer een rijverbod was opgelegd, zoals vb. het beperken van het rijverbod tot het weekend of tot een bepaalde categorie van motorvoertuigen.

Voortaan zal dit niet meer kunnen wanneer het herstel van het recht tot sturen afhankelijk wordt gesteld van het slagen in één van de herstelexamens.

De impact van deze wijziging is groot, gezien deze modaliteiten gebruikt worden om professionele bestuurders toch toe te staan hun activiteiten verder te zetten, door hen toe te laten te rijden tijdens de (werk)week.

Nu zal dit in een groot aantal gevallen niet meer mogelijk zijn.

 

5. Herroeping van uitstel en opschorting

In verkeerszaken worden er zeer frequent voorwaardelijke straffen toegekend ( straf wordt niet effectief uitgevoerd indien aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan), alsook opschorting van straf ( de inbreuk is wel bewezen maar bij wijze van gunst wordt er geen straf opgelegd) toegestaan.

Deze gunstmaatregelen worden steeds verbonden met een bepaalde termijn, een proefperiode als het ware, waardoor het mogelijk is om deze maatregelen te herroepen indien de overtreder opnieuw een zware overtreding pleegt of indien de opgelegde voorwaarden worden geschonden.

Echter, in de praktijk kwam dit maar zelden voor omdat men definitief moest worden veroordeeld tot een criminele straf dan wel tot een effectieve hoofdgevangenisstraf van ten minste 1 maand. Een nieuwe verkeersovertreding gaf in de meeste gevallen dus geen aanleiding tot herroeping van de opschorting of van het uitstel.

De nieuwe wet heeft op dit punt wederom een verstrenging ingevoerd waardoor het voortaan wel mogelijk is om de opschorting of het uitstel te herroepen naar aanleiding van een nieuwe verkeersovertreding.

 

6. Samplingcontrole door de politie

Voortaan kan de politie gebruik maken van snelwerkende toestellen, een soort ‘snuffelaars’ die aan de hand van de omgevingslucht in het voertuig nagaan of de inzittende alcohol zou gebruikt hebben.

Deze snuffeltoestellen zijn louter indicatief en vervangen de wettelijk geregelde procedure van de ademanalyse en/of bloedproef echter niet.

 

7. ANPR-camera’s

Een recente ontwikkeling in het opspeuren van verkeersovertredingen is het gebruik van slimme camera’s die kentekenplaten kunnen herkennen.

Deze camera’s zijn gekoppeld aan databanken en kunnen onder meer nagaan of het voertuig (op het eerste zicht) geldig gekeurd en verzekerd is.

Vervolgens kunnen de politiediensten de voertuigen die vermoedelijk niet in orde zijn onderscheppen om deze te controleren of gewoon een P.V. opstellen.

Dit zal er waarschijnlijk wel toe leiden dat de burger het slachtoffer kan worden van administratieve vergissingen en niet-geüpdated databanken.

 

 

info 2: Het salduz-verhoor

Sinds 1 januari 2012 is er heel wat gewijzigd met betrekking tot het verhoor van een verdachte of een getuige tijdens het vooronderzoek. Het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft in haar salduz-rechtspraak een omwenteling veroorzaakt inzake het recht op toegang tot een advocaat voor een verdachte tijdens het vooronderzoek. Als gevolg van deze salduz-rechtspraak is ook onze wetgeving gewijzigd: het nieuwe artikel 47 bis sv. bevat nieuwe informatierechten zowel voor de getuigen als de verdachten.  Als men in de hoedanigheid van verdachte wordt verhoord heeft men het recht om ingelicht te worden over de mogelijkheid een overleg te houden met een advocaat. Daarenboven heeft de gearresteerde verdachte een aantal bijkomende rechten gekregen, waaronder het recht om door een advocaat te worden bijgestaan tijdens zijn verhoor. Een verhoor zal voortaan ook aanvangen met een beknopte mededeling van de feiten. Hierdoor moet de verhoorde persoon geïnformeerd worden over de aard van de feiten waarover hij zal worden verhoord maar zonder dat een uitgebreide toelichting bij deze feiten zal worden gegeven. Een andere nieuwigheid is het recht om te worden ingelicht over het feit  dat men niet verplicht kan worden om zichzelf te beschuldigen men noemt dit een cautieplicht die geldt voor getuigen, slachtoffers en aangevers. Maar dit betekent niet dat deze ondervraagden vanaf heden over een zwijgrecht zouden beschikken.

Verhoor van een verdachte:  de nieuwe regels over het verhoor van een verdachte zijn te vinden in het nieuwe artikel  47bis§2 sv. Volgens dit artikel moet men de verdachte wijzen op zijn zwijgrecht. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt wel dat dit zwijgrecht niet slaat op de verplichting om de identiteit bekend te maken. Het verhoor als verdachte opent een eerste beperkt recht op tussenkomst van een advocaat meer bepaald  het voorafgaand vertrouwelijk overleg. Dit vertrouwelijk overleg met een advocaat (consultatierecht)  wordt slechts georganiseerd wanneer de feiten waarover men wordt verhoord kunnen worden gevolgd door een aanhoudingsmandaat. Bij gevolg kunnen misdrijven waarvoor het maximum 1 jaar gevangenisstraf niet bereikt geen consultatierecht tot gevolg hebben. Daarnaast bestaat het vrije verdachtenverhoor dat kan plaatsvinden op schriftelijke uitnodiging.  De verdachte wordt dan geacht een advocaat te hebben geconsulteerd voordat hij naar de politie komt om zich aan te bieden voor verhoor. Dit raadplegingsvermoeden is enkel van toepassing onder de volgende voorwaarden: 1. in de uitnodiging moeten zijn rechten worden meegedeeld, 2. De feiten moeten beknopt worden beschreven.

Verdachten die niet per brief werden uitgenodigd of die niet werden ingelicht of onvolledig werden ingelicht kunnen de vraag stellen om het verhoor eenmaal te laten uitstellen zodat zij een advocaat kunnen raadplegen. Dit recht op uitstel kan worden geconcretiseerd  door het effectief plaatsen naar een andere datum van het verhoor of door te wachten tot de advocaat ter plaatse is aangekomen, of door het organiseren van een telefonisch overleg. Een klein minpunt in deze regeling is het feit dat de salduzwet niet uitdrukkelijk voorziet dat een verdachte ervan moeten worden ingelicht dat hij zijn verhoor kan laten uitstellen. Wanneer een persoon die in het begin wordt gehoord als een getuige en er tegen hem vermoedens opduiken dat hij betrokken is bij strafbare feiten  dan moet deze persoon ook worden ingelicht over de rechten die hij heeft als gevolg van het verdachtenverhoor.

 

Info 1: geldboete en rijverbod na een verkeersovertreding

Wanneer u een verkeersinbreuk hebt begaan (bijv. te snel rijden, door het rode licht rijden, enz.) kunt u door het openbaar ministerie voor de politierechtbank worden gedagvaard. In deze dagvaarding staat de plaats en het uur vermeld waarop u dient te verschijnen voor de politierechtbank van uw arrondissement. U kan zich op deze zitting zelf verdedigen of u kan kiezen om u te laten bijstaan door een advocaat. Indien u niet wenst/kunt aanwezig zijn, kunt u zich ook laten vertegenwoordigen door uw advocaat.

Voor verkeersovertredingen kunnen in bepaalde omstandigheden gevangenisstraffen worden opgelegd, maar doorgaans worden er door de politierechtbank enkel geldboetes en/of rijverboden uitgesproken. Indien u wordt veroordeeld tot een geldboete zal u enkele maanden na het vonnis een uitnodiging ontvangen van de ontvanger van penale boeten met een overschrijvingsformulier dat wordt bijgevoegd.

In het geval de politierechtbank een rijverbod oplegt (in de wet wordt een rijverbod een ‘verval van het recht tot sturen van een motorvoertuig’ genoemd), bestaat de mogelijkheid om aan de politierechtbank te vragen om dit rijverbod te willen beperken tot slechts 1 of meerdere categorieën van motorvoertuigen (bijv. enkel voor personenwagens en niet voor bromfietsen). Het beperkt rijverbod moet wel altijd slaan op de categorie van voertuigen waarmee de inbreuk werd begaan.

Op uitdrukkelijke vraag van de beklaagde kan de politierechtbank ook een zogenaamd weekendrijverbod opleggen: dit is een rijverbod dat enkel moet worden uitgevoerd tijdens de weekends en de wettelijke feestdagen. Men mag dan niet rijden van vrijdagavond 20uur tot zondagavond 20uur en vanaf 20uur op de avond voorafgaand aan de feestdag tot 20uur op de feestdag zelf.

FAQ – Veel gestelde vragen

Ik kreeg een Dagvaarding – Pro Justitia voor vluchtmisdrijf.. Wat nu?

Als de gerechtsdeurwaarder bij u langskomt met een dagvaarding die de volgende tekst bevat, bent u gedagvaard voor het plegen van vluchtmisdrijf:

“Het misdrijf of het verkeersongeval aan het persoonlijk toedoen van de dader te wijten zijnde, als bestuurder van een voertuig of van een dier, wetende dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding is geweest tot een ongeval op een openbare plaats, de vlucht te hebben genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn/haar schuld te wijten is” (art. 33 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer – KB tot coördinatie van 16 maart 1968)

Het parket zal moeten bewijzen dat alle bestanddelen van het misdrijf bewezen zijn. De taak van de advocaat bestaat er in om het strafdossier grondig na te zien en indien mogelijk te betwisten dat het vluchtmisdrijf bewezen is.

Een veroordeling voor vluchtmisdrijf vereist dat het bijzonder opzet om zich te onttrekken aan de dienstige vaststellingen bewezen wordt. (Cass. 4 oktober 1988, Pas. 1989, I, 120; Cass. 2 februari 1970, Pas. 1970, I, 474).

Om van een vluchtmisdrijf te kunnen spreken dient de intentie om te vluchten en zich te onttrekken aan de dienstige vaststellingen aanwezig te zijn op het ogenblik van de vlucht. (Cass. 10 november 2010).

Wanneer iemand 50 meter wegrijdt van de plaats van het ongeval omdat hij anders  hinderlijk of gevaarlijk geparkeerd staat, valt er te pleiten dat de plaats van het ongeval werd verlaten wegens de plaatsgesteldheid en NIET met de bedoeling om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken.

Het Hof van Cassatie stelt in dit verband:

“Wanneer de plaats van het ongeval verlaten wordt wegens de plaatsgesteldheid, het tijdstip en het ontbreken van communicatiemiddelen, is het morele bestanddeel niet aanwezig op het moment van de vlucht.” (Cass. 10 november 2010)

 

Speekseltest vraag 1: Zal de politie bij een controle onmiddellijk overgaan tot een speekseltest?

Neen, de nieuwe procedure bestaat uit drie fasen:

  1. Nazicht van de uiterlijke tekenen die kunnen wijzen op recent druggebruik (bij betrokkenheid bij een verkeersongeval kan de politie onmiddellijk overgaan tot een speekseltest; de uiterlijke kenmerken moeten dan niet worden nagekeken).
  2. Indien nazicht van de uiterlijke kenmerken positief is: speekseltest
  3. Speekselanalyse/Bloedproef: In uitzonderlijke gevallen is er een bloedproef vereist (bijvoorbeeld bij onmogelijkheid om de speekseltest of de speekselanalyse uit te voeren of bij weigering voor de speekseltest of speekselanalyse). De bloedproef moet door een arts gebeuren.
    In een eerste fase zal een positieve speekseltest altijd gevolgd worden door een bloedproef omdat de toestellen voor het verrichten van de speekselanalyse nog niet beschikbaar zijn.

 

Speekseltest vraag 2: Hoe lang na gebruik kan drugs worden teruggevonden in het speeksel?

De mogelijkheid om drugs op te sporen in het speeksel hangt af van verschillende elementen (aantal tijd dat men al drugs gebruikt, de soort drugs, het vetpercentage, het geslacht,…).

De onderstaande duurtijden zijn richtinggevend:

  • THC (cannabis, hasj, marihuana) maximum 14 uur na gebruik op te sporen
  • amfetamines en speed 10 minuten (bij uiterst weinig  gebruik) tot 3 dagen (bij belangrijk gebruik en indien je een hoog vetpercentage hebt) op te sporen
  • cocaïne en crack op te sporen tot 24 of tot 72 uur na het laatste gebruik.
  • methamfetamine naargelang de bron 10 minuten tot 3 dagen op te sporen
  • opiaten, morfine en heroïne enkele dagen na gebruik nog op te sporen

 

Speekseltest vraag 3: Is het toegelaten om een speekseltest te weigeren?

In principe niet: als je de speekseltest, speekselanalyse of bloedproef ten onrechte weigert, krijg je dezelfde straffen opgelegd die de wet oplegt bij een positieve speekselanalyse of bloedanalyse.

Maar: toch bestaat de mogelijkheid om de speekseltest of speekselanalyse te weigeren als je daar een wettige reden voor hebt. De aanwezige politieagent zal dan een geneesheer vorderen die moet oordelen over de wettigheid van je weigering:

-      Indien de geneesheer jouw weigering als wettig beschouwt zal er een bloedproef volgen, tenzij je voor het weigeren van de bloedproef ook over een wettige reden beschikt

-      Indien jouw weigering van de speekseltest en/of bloedproef door de geneesheer niet als wettig wordt beschouwt, kan je tot dezelfde straffen worden veroordeeld als bij een positieve uitslag van de speekseltest en/of bloedproef

-      Let op: zelfs indien je een wettige reden hebt om zowel de speekseltest/speekselanalyse én om de bloedproef te weigeren, dan nog dien je voor 12 uur je rijbewijs in te leveren als de controle van jouw uiterlijke kenmerken recent drugsgebruik aanwijst. Het parket beslist dan over verdere maatregelen.

 

Speekseltest vraag 4: Ben ik ook strafbaar wanneer ik rijd nadat ik een minimale hoeveelheid drugs heb gebruikt?

Ja, in België hanteert men een nultolerantie op het vlak van rijden en drugsgebruik.

 

Speekseltest vraag 5: Welke straffen kan ik oplopen indien ik word betrapt op het rijden onder invloed van drugs?

  • een geldboete van minimum €1.100 tot maximum €11.000
  • mogelijk rijverbod van minimum 8 dagen tot maximum 5 jaar
  • als je minder dan twee jaar voordien je rijbewijs B hebt behaald, dan krijg je altijd rijverbod opgelegd en zal je moeten slagen in een nieuw theoretisch en/of praktisch examen voordat je jouw rijbewijs terugkrijgt

Deze straffen liggen nog hoger in geval van herhaling.

Bovendien kan jouw rijbewijs worden ingehouden door de politie voor een periode van 12 uur. De procureur des Konings kan het rijbewijs onmiddellijk intrekken voor een periode van maximaal 15 dagen (inhouding die nog kan verlengd worden).

 

Speekseltest vraag 6: Kan ik voor het rijden onder invloed van drugs een onmiddellijke inning of een minnelijke schikking krijgen?

Neen, rijden onder invloed van drugs wordt altijd vervolgd voor de politierechtbank. Een onmiddellijke inning wordt hier nooit toegepast en een minnelijke schikking wordt hier normaal niet toegepast.

 

Strafrecht algemeen vraag 1: Help, ik ben gedagvaard!

Er is nog geen man over boord. Indien U een dagvaarding – projustitia ontvangt om te verschijnen voor de politierechtbank of correctionele rechtbank, betekent dit niet dat u reeds veroordeeld bent.

Wel houdt dit in dat het Openbaar Ministerie u verdenkt van het plegen van een misdrijf en van mening is over voldoende bewijzen te beschikken in dat verband.

De dagvaarding betekent dat de verzamelde bewijselementen zullen worden voorgelegd aan een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank, en dat u over de mogelijkheid beschikt om uw verdediging te voeren met betrekking tot de betichtingen en de verzamelde bewijzen in het strafdossier.

In de dagvaarding staat de dag van de zitting vermeld. Dit is de dag waarop uw zaak bepleit zal worden. Op deze dag zal de rechtbank de burgerlijke partij, het openbaar ministerie en de beklaagde aan het woord laten, om de zaak daarna in beraad te nemen.

Op de dag vermeld in de dagvaarding zal u nog niet de uitspraak kennen van de rechtbank. De uitspraak zal in principe binnen de maand worden geveld. Na de pleidooien deelt de rechtbank mee op welke datum de uitspraak zal volgen.

U kan ervoor kiezen om u zelf te verdedigen of de bijstand van een advocaat te in te roepen. Indien u van de hulp van een advocaat wenst gebruik te maken, consulteert u die best zo snel mogelijk. Uw advocaat heeft namelijk tijd nodig om het strafdossier in te kijken, de inhoud ervan met u te bespreken, en vervolgens zijn pleidooi voor te bereiden.

 

Strafrecht algemeen vraag 2: Help, mijn zoon/dochter is aangehouden…

Indien uw familielid verdacht wordt van het plegen van een misdrijf kan hij door de Procureur des Konings van zijn vrijheid worden beroofd voor een tijdsduur van 24u onder meer om hem te ondervragen. Binnen deze termijn van 24u. kan de onderzoeksrechter, voor zover het volstrekt noodzakelijk is, een aanhoudingsbevel uitvaardigen. Dit kan slechts onder strikte voorwaarden en brengt mee dat de verdachte binnen de vijf dagen voor de Raadkamer zal verschijnen. De Raadkamer zal nagaan of de voorwaarden voor een verlenging van de aanhouding vervuld zijn. Voorafgaand aan de zitting van de raadkamer heeft men als advocaat toegang tot het strafdossier teneinde na te gaan of het aanhoudingsmandaat rechtmatig werd bevolen en om te verifiëren of de wettelijke voorwaarden voor de handhaving van de hechtenis vervuld zijn. Uiteraard kan men als advocaat zijn aangehouden cliënt gaan bezoeken in de gevangenis om het dossier te bespreken. In het pleidooi voor de Raadkamer kan de advocaat verzoeken dat zijn aangehouden cliënt in vrijheid wordt gesteld, al dan niet onder oplegging van voorwaarden.